LOV maak je mee

Terug Foto's Technika Archief


 

ALLES   KOMT   TERUG

ZELFS   MIJN   PUCH

VIER   VLAGEN   NOSTALGIE   OVER   DRIE   PAAR   WIELEN

 

1956 - 1960  Mijn prenatale Puch (I)

 

Mijn eerste Puch was die van mijn vader.  Nieuw gekocht net voor mijn geboorte, 1956, bij garage Bert in de Brusselsestraat in Leuven.  Vandaag huist daar de Leonidaswinkel, ik ben er dus nog altijd klant.  Beige scootermodel van 125cc met drie handgeschakelde versnellingen, elektrische starter, 5 kleine pk’s, maximum 75 km/h.  Ik heb er slechts één foto van.  En geen enkele herinnering, want naar zeggen van mijn moeder viel ik achterop in haar armen als een zware blok in slaap.  Ik was onhoudbaar, zegt ze, dus was de Puch scooter ook on-houd-baar.  Ce que femme veut, Dieu le veut.  De scooter moest eruit en op het autosalon van 1960 deed mijn vader dan de miskoop van zijn leven en kocht zich een Trabantje.  Na de Puch uit het Oostenrijkse Graz die altijd startte, een tweetakter op vier wielen uit het Oost-Duitse Zwickau (de bakermat van Audi nota bene) die nooit startte.  De Puch werd verkocht aan mijn neef Achilles.  Die deed er zijn hele vrijage mee, vervolgens zijn verplaatsingen naar de zagerij in Holsbeek.  Ook hij vervoerde op die tweezitter drie personen, met zoon Benny in het midden tussen de twee stoelen. 

Puch Peeters

De Puch 125cc van wijlen mijn vader, ergens rond 1960. Ik vind mezelf er obsceen bijzitten... Schildje van Garage BERT.


De invoering van de helmplicht voor +50cc is die scooter fataal geworden.  Neef Achilles was inmiddels maatschappelijk gestegen van houtarbeider tot kantonnier.  Hij had het toezicht over de drukke steenweg Leuven-Aarschot.  Zijn uniform bestond uit één stuk zijnde een kepie.  Met de helmplicht moest hij dus afstand doen van zijn waardigheid  Dat deed hij niet, hij begon weer te fietsen.  Mét kepie!  Hij kon echter moeilijk afscheid nemen van zijn scooter.  Dus deed hij hem in tweeën, motor enerzijds en al de rest anderzijds, en droeg hem de zolder op.  Bij een grote opruim verdween later het frame; de motor werd door zoonlief verkocht voor in een carting.  Einde Puch I.

Bedenkingen van een halve eeuw later: eigenlijk was de openbare weg vroeger toch een grotere verschrikking dan vandaag.  Overal kasseiwegen genre Paris-Roubaix; chauffeurs zonder rijbewijs laat staan rijopleiding; om de 100 meter een café langs de baan; mijn ouders beiden natuurlijk zonder helm en zonder scrupules met een kind tussen hen beiden in geperst.  Met de Trabant, gesteld dat hij startte, reden we elke zondag kriskras door het land en ik herinner me nog de verschrikkelijke ongevallen die zondagse kost waren.  NSU’s zag je zelden op hun vier wielen staan; ik zie nog altijd als in slow motion een bromfietser over drie auto’s vliegen.  Altijd lagen er schoenen op de plaats van accidenten.  Wie bekend is met interventies weet wat dat doorgaans betekent.

1969 - 1975  Mijn puberale Puch (II)

“Wat ben ik blij dat ik in een dorp geboren ben!” kweelde wijlen Wim Sonneveld.  An me hoela man!  Had ik kunnen kiezen, mijn geboorte was op Times Square NYC geweest.  Soit, het is nu gewoon zoals driekwart van de Leuvense Oldtimer Vrienden in Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart in de Naamsestraat geworden, gevolgd door 28 jaar Wilsele.  Hét voordeel van mijn ouderlijke woonst aan de Aarschotsesteenweg in Wilsele was toch wel dat slechts één spoorweg ons scheidde van het stort van Leuven, later Interleuven, vandaag Ecowerf (noem iets eco, zelfs een stort, en het wordt gezond).

Wat een ideale speeltuin voor mijn maats en mij.  Alles vonden we daar: Danny Vandeput, vandaag voorzitter van de Leuvense milieuraad, vond er zomaar 60.000 frank baar geld.  Uit puur contentement is hij later bij De Naeyer afgestudeerd als een van de allereerste ingenieurs milieutechnieken.  Wat vonden we nog?  Zowat vanalles.  Zowel in de parochieschool als in de gemeenteschool stonden mijn maats en ik enorm hoog aangeschreven voor onze pornotheek.  In Holsbeek-bos hadden we voor die verzameling erotica zelfs een speciale hut gebouwd, met leeszaal.  Elke woensdag en zaterdag kwam de jeugd (m) van Wilsele en Beneden-Kessel zich daar bijscholen.  Ooit troffen we in de weggegooide erfstukken van een levensgenieter zoveel verse aangebrande boekskes, dat we onze oude collectie van de hand moesten doen om plaats te maken.  We waren allemaal bij de chiro of de scouts, maar we hadden toch morele bezwaren om dat met een papierslag mee te geven.  Dus hebben we niet beter gevonden dan de bladen los, mooi opengeplooid en wel, traag op de Vunt te laten afdrijven.  Dat heeft, hebben we achteraf vernomen, in Wilsele Dorp voor de nodige commotie gezorgd.  Hebben wij toen zonder het te weten de live streaming uitgevonden, vraag ik me soms af.  Tot zover de uitleg van “puberaal”, nu volgt het chapiter Puch.

Op een zaterdag trof ik daar een complete, loodzware brommer aan, scootermodel, van het merk Puch.  Ik moet 13 of 14 geweest zijn.  Toevallig was ik die namiddag alleen op het stort.  Ik heb het ding uit de rotzooi getrokken, dat viel niet mee.  Stond ook op stuurslot, met voorwiel dus in 45°.  Onbegonnen werk om dat gedoe via de Aarschotsesteenweg naar huis te duwen, het draaide immers rondjes.  Dus zocht ik een kinderkoets, gooide de koets eraf zodat alleen de vier wielen en het chassis overbleven.  Als bij wonder paste het voorwiel van die Puch, in 45°, mooi in dat vierkant.  Die merkwaardige kruising van kinderkoets-scooter heb ik dan naar huis geduwd.  De volgende ochtend had ik voor dag en dauw dat stuurslot al overgedraaid, en die Puch in gang.  Toen is het begonnen.  40 jaar na datum speel ik nog altijd met auto’s en brommers.

 
Van die Puch II heb ik helaas geen enkele foto.  Veel later heb ik vernomen dat hij van iemand in de Vaartstraat was, en ten gevolge van een burenruzie door de vuilnisdienst na een telefoontje weggehaald.  Vandaar dat ik er alleen wat van de Trabant-tweetaktnaft moest ingieten en hij startte.  Ik had maar 1 liter Trabantnaft gekregen, dus niet geaarzeld: de veldweg achter het huis op.  200 verder, tussen tweede en derde versnelling, al een flinke smakkerd ter aard’, maar het blijft een van mijn mooiste zondagvoormiddagen ooit.
Ik kan u zoals gezegd geen foto van mijn puberale Puch voorleggen.  Op de tekeningen en een publifoto ziet u hem wel.  Helemaal gecarrosseerd, met een voetrem op de treeplanken.  Kleine wieltjes met dikke banden, Vespa achterna.  Beenbeschermers, dubbele zit die openklapte.  Dat kwam me goed uit, want ik was net met Pasen beginnen roken.  Ik was nog maar net 14, dus ik moest mijn smoorgerief nog kunnen wegsteken en de klapzetel van die brommer was daar prima voor. 

In geen tijd had ik die brommer drastisch verlicht: koplamp eraf, voorspatbord, beenbeschermers, treeplanken…  het moest allemaal weg, want we gingen ermee crossen natuurlijk.  Ook de volledige uitlaat hebben we afgeschaft, en daar waren de buren, overwegend duivenmelkers, niet zo van te spreken.
Vier jaar lang hebben we dat ding gemarteld.  Slechts eenmaal is er iets stukgegaan, ik weet niet meer wat.  Wat ik wel nog weet: ik ben met mijn moeder meegereisd naar de markt van Maastricht, in pre-Europese tijden een geliefkoosd tijdverdrijf voor Belgische huisvrouwen op zoek naar een batje.  Zij naar de markt voor margarine etc, ik naar een Puch-brommerwinkel.  Er reden toen in NL zoveel Puchs, had ik gemerkt op de camping van het Zilvermeer in Mol, dat we dachten dat het een Nederlandse brommer was.

Patrick Peeters

Feest voor mijn plechtige communie, 11 mei 1969. Ik lijk de Trabant te strelen. Wijlen mijn vader in het midden, met Führer-moustache

Omstreeks 1975, toen ik mijn nieuwe Puch III kocht, heb ik Puch II overgelaten aan buurjongen Danny VDP.  Ook hij heeft er nog nijver mee gecrost.  En voor de eerste keer konden we ook snelheid halen, want het grote viaduct van de A2 boven Vaart, spoorwegen en Aarschotsesteenweg was jaren af voor de snelweg zelf.  Zo zaaiden we, flink hoog, geluidsterreur boven Wilsele en Klein Wilsele.  Achteraf gezien is het merkwaardig dat we daarvoor nooit de veldwachter laat staan de politie achter ons hebben gekregen.  Vandaag worden al rechtszaken gevoerd tegen kinderstemmetjes in de opvang.  Wij sjeesden op zaterdag en zondag met échappement libre over de hoofden heen en men liet ons betijen.  The times, they are a-changing.  Ten slotte is Puch II verdwenen: ik heb het aan Danny vorige week nog gevraagd, hij weet niet waarheen.  Hij ruste in vrede.

1975 - 1985  Mijn nieuwe Puch (III)

In 1975 verliet ik met spijt in het hart het Heilige Drievuldigheidscollege – in 1979 al trad ik er opnieuw in, met levenslang ditmaal, maar dat kon ik toen nog niet bevroeden.  Vlakbij Leuven wonen en toch op kot gaan was een beetje te gek, en met mijn velo vier à vijfmaal per dag naar KULeuven rijden zag ik ook niet zitten.  Een brommer dus.


Rond 1975 waren er in brommerland de volgende “scholen” of trends:


Tweetakt of viertakt.  De oude Europese trend was al decennia lang tweetakt: Flandria, Sachs, Kreidler, Zündapp, Puch, Mobylette, Motobécane, Solex, DKW, Peugeot, Terrot…  Het waren de Jappen die ook voor 49cc met viertakt uitpakten: Honda, Suzuki, Yamaha.  Ik herinner me nog uit reclame voor de Honda Amigo: “Geen vieze mengsmering meer”.


Versnellingen aan de hand of de voet.  Klassiek Europees werd er met het linkerhendel geschakeld.  Onder invloed van de Japanners stapten ongeveer allen, ook Puch, gaandeweg over op voetbediening.


Geschakeld of automatisch.  Mobylette was al lang beroemd voor zijn versie van de transmissie zoals DAF: met riemen die oplopen over tegengestelde poelies.  Die motor die onder het frame bewoog: vond ik geweldig boeiend als kleuter al.  Met de Amigo kwam Honda met een echte automaat op de proppen, met de Dax een halfautomaat.  Als ik me niet vergis, spande Yamaha de kroon met zes versnellingen.  Een Yamaha 49cc ging dan ook, net zoals de Flandria Sport en de Kreidler en de Puch Monza, vlot over de 100km/h. 


Voor mij was de keuze in 1975 heel evident: een Puch, zoals mijn crossbrommer.

Dus bevond ik me, een jaar of 20 na mijn vader, op mijn beurt, in de showroom (9m²) van Garage Bert in de Brusselsestraat om een nieuwe Puch te kopen.  Ik had een budget van 10.000 frank mee, wat ruimschoots moest volstaan voor aankoop en verzekering van een Mobylette bij Jos Van Pee in de Tiensestraat.  Maar ik tekende bij Bert een bon voor 15.500 frank, voor een Puch Skyhunter MV50 met twee handgeschakelde vitessen.  Eigenlijk was ik van plan geweest de versie met hoog stuur en drie voetgeschakelde versnellingen te kopen, maar die kostte 18.500 en dat vond ik zelf iets te ver boven het vooropgestelde budget van 10.000. 

Met die hippiepurperen Puch heb ik dan de volgende tien jaar 27.000 kms gereden: naar de les, naar de toog, op vakantie tot in Sedan.  Een trouw beest.  Had de service bij Garage Bert niet zoveel te wensen overgelaten, dan had ik er nooit kosten aan gehad.  Nu meldde ik al van nieuw af dat de motor bij vollast soms begon te tikken, dan meteen tien kilometers trager reed.  Nu weet ik dat dat detonatie was, vermoedelijk omdat de ontsteking te vroeg stond.  Bij Bert gaven ze geen gehoor aan dat getik. Gevolg: op 19.000 kms segment gesmolten en zelfs dipje in de cilinderwand gebrand.  Toen bestond Garage Bert al niet meer, Joe Deca (aan de bareel in Sint-Joris-Weert, ook die commerce is er niet meer) heeft hem uitgeboord en een nieuwe zuiger geleverd.


Naast de Honda Amigo en Dax, Garelli etc oogde de Puch in de jaren 1970-80 al behoorlijk retro, met die opstaande bolle benzinetank en zo.  Past eigenlijk in het rijtje van vehikels die zichzelf overleven doordat ze te lang in productie zijn gebleven: de Kever, de Traction, de Solex, de tweepeka, de blauwe doos Nivea.  Vooral die Japanse brommers waren eigenlijk stukken beter: verbruikten amper de helft, waren viertakt dus je kon overal tanken.  De Honda 125cc van mijn maat Marc S reed eens zo snel en eens zo ver met een liter naft.  Bovendien lekten die Jappen niet; al de Europese brommers lagen na een paar weken gebruik nat. 
De Puch Skyhunter MV50 had echter één onmiskenbaar voordeel: wielen met grote diameter, een lang frame en dan een voorvork met ruim veel voorloop.  Dat alles combineert in een zeer stabiele wegligging.  Ideaal als je tussen de 18 en 25 bent, en al eens met een paar glazen teveel op langs de Vaart weer naar huis moet.  Op de openbare weg hebben die karakteristieken me tegen Vaartwater en accidenten behoed.  Thuis echter geraakte ik dan niet gedraaid en ploegde door het bloemenbed.  Ik geef toe: dat had dan weer niets met de constructie van die Puch te maken.


In 1979 had ik mijn woestijngele 2CV gekocht, in 1981 volgde de Traction 15/6, in 1983 de DS 23 ie, in de volgende jaren nog een aantal DS’en en CX’en.  Om u maar te zeggen: The Citroën Years waren uitgebroken.  In 1985 ging ik op 200 meter van mijn werk wonen.  Meteen was de Puch overbodig.  Ik verkocht hem aan een leerling.  Van 1985 tot oktober 2010 heb ik (wegens Citroën) wel veel, vaak en diep gezucht, gepucht heb ik niet.

2010 – 20??  Mijn pensionaire Puch (IIIbis)


Het is begonnen – correcter: herbegonnen - met een e-mail naar mijn vroegere werkgever halverwege oktober 2010:

"Geachte

Ik ben een oud-student van de school en heb in mijn studiejaren toentertijd van de heer Peeters (leerkracht Nederlands) diens brommer overgekocht.  Wegens niet gebruik en plaatsgebrek zou ik deze nu willen wegdoen. Vermits het inmiddels gaat om een oldtimer zou ik eerst graag willen weten of mijnheer Peeters eventueel graag zijn vroeger vervoermiddel zou terughebben. Hij kan hem gratis terugkrijgen. Zou u mij zijn e-mail adres kunnen doorgeven of eventueel mijn vraag aan hem kunnen doorsturen?"


Ik word zo week als een dweil.  Luttele dagen later bevind ik me in de garage van mijn oud-leerling Marc S.  Mijn Puch after all these 25 years: heerlijk!  Marc heeft letterlijk alles bijgehouden: mijn aankoopfactuur, het conformiteitattest, mijn en zijn aanvraag voor een nummerplaat (taks van 135 fr/jaar in 1986), de twee sleutels, hij heeft een reservepiston gekocht, het schema heeft-ie bijgehouden, het kleine onderhoudsboekje, het Haynes-werkplaatshandboek dat ik blijkbaar ooit in Londen in occasie voor 99p heb gekocht, publiciteit, zelfs de spuitbus met de originele lak.  You name it, het is erbij.  De bromfiets is degelijk onderhouden: er staat een nieuwe standaard onder, een nieuwe knalpot met eigengereid eindstuk, een nieuwe tankstop.  De beginnende roestvorming is overgespoten, met een spuitbusje.  Hippiepurper is een soort bleu de France geworden.  Starten doet de Puch niet meer, daarvoor is de tank te vuil.  Ronddraaien doet het motortje gelukkig nog wel.  Ik ben verkocht.  We spreken af dat ik de Puch de week erna kom halen.

Google Google.  Ik weet amper wat een bromfiets A en B is, waar ze thuishoren op de openbare weg.  Hoe zou het Puch vandaag vergaan?  Pech: in 1983 overgekocht door Vespa-Piaggio.  Vandaag maakt Steyr-Daimler-Puch uit Graz in Oostenrijk nog altijd zo een beetje vanalles waaraan veel ijzer te pas komt:

  • die Pinzgauer-trucks van het Zwitserse leger
  • Vespamotoren en andere scooteronderdelen
  • wapentuig
  • en als Magna, auto-onderdelen.  Was het niet Magna die een tijd in de running waren om zelf Opel over te nemen, bedenk ik. 

Na wat zoekwerk heb ik bijgeleerd dat er geen inschrijvingstaks is, en dat de jaarlijkse rijbelasting voor 49cc ook al is afgeschaft.  Een oldtimerverzekering van 10 (tien) € per jaar en ik kan bollen zoveel ik wil.  Dat denk ik althans, na een eerste bezoek aan de site van Marsh.  En hoe heette precies mijn puberale Puch, die Danny noch ik klein kregen en zo maakte dat ik in 1975 nog meer van dat kocht?


PUCH   DS  60


Mijn cross-Puch was dus tegelijk mijn eerste DS: te straf om waar te zijn.  Je n’en reviens pas.

Als ik de Puch de volgende week ga halen, is de tank gereinigd.  Maar het benzinekraantje laat nog altijd niets door.  Geeft niks, het is bergaf tot in mijn stalling in Marie Thumas.

Donderdag 28 oktober

Heel goed en heel slecht nieuws in de Puch-story.  Het goede nieuws eerst: ik heb er zeker 200 meter mee gereden.  Eerst even gekeken of hij nog ontsteking had, want ik voorzag dat de benzine er iets te vlot door zou lopen met die kapotte kraan, en zonder ontsteking had het geen zin dat ik alles weer monteerde.  Mooie vonk aan een bougie aan de massa, dat beloofde.  Tank er weer op.  Kleine liter grenadine (tweetaktmix) erin.  Filtertje onder de kapotte benzinekraan gezet, nu kwam er wel benzine door.  Ook met de kraan dicht natuurlijk, dat was voorzien.  De carburator kookte al wat over, lek lek lek eronder, dus de vlotter of vlotternaald hadden ook wat aandacht nodig.  Maar ik wou per se weten of hij nog zou starten.  Tweemaal rondgetrapt en hij was vertrokken, met direct zowel leegloop als vollast.  Het geluid dat ik sinds 1985 niet meer had gehoord! En zelfs licht voor en achter!  Ritje in de gangen van Marie Thumas: de eerste en de tweede versnelling gaan nog!  Niets houdt me nog tegen om een proefrit op de openbare weg te doen.   Behalve dat ik geen verzekering heb natuurlijk, maar dat doet niets af aan de Puch. 

Blijgemoed tuf ik Marie Thumas uit.  U kent het wel, de geweldige bergaf naast de Gamma aan de Vaart.  Als ik onderaan wil optrekken, alleen nog ralenti: de gaskabel is beneden overgegaan.  Dat is toch wel godgeklaagd, ik vond van mezelf dat ik zo goed bezig was.  Is de duivel ermee gemoeid, of een bewaarengel gestuurd door de Unie van Belgische Verzekeraars?  Soit, ik besluit gebruik te maken van de ralenti om de Puch weer bergop te duwen.  Dat lukt best aardig: hij trekt zichzelf eerst de berg op, dan de inrit, dan de oprit naar het hoogste verdiep.

Het leven zit blijkbaar vol toevalligheden.  Iemand die mijn capriolen heeft gadegeslagen (een brommer met draaiende motor die desondanks geduwd wordt) komt me achterna.  Hij stelt zich voor als Marc V, de man van de wijnwinkel Wine Loft één verdiep lager in Marie Thumas.  Wat blijkt: die man is Puch-verzamelaar.  Hij trekt de kantelpoort van een box open en daar staan, behalve enkele Honda’s:

  • Puch MV50 met hoog stuur en 3 voetvitessen, helemaal gerestaureerd
  • een Puch DS uit 1969
  • een crossmotor Puch, onder licentie gemaakt in Spanje en genaamd Condor.


Blijkbaar heeft hij er thuis nog een hele garage vol staan.  Puch Monza, en een 175cc scooter tweecilinder zoals mijn vader in 1959 kocht etc.  Toeval bestaat niet.


Hoe Marc V tot verzamelen gekomen is?  Omdat hij in 1975 bij Garage Bert in de Brusselsestraat een drievitesser met hoog stuur nieuw kocht.  Juist ja; waar ik in hetzelfde jaar mijn brommer kocht.

Een kenner dus.  Die meteen het frame van mijn brommer als compleet rot taxeert.  Nu herinnerde ik me van 1975-85 dat het hele achterspatbord aardig wegroestte, wegens dubbele plaat, zoals geweten een open invitatie voor roestvorming.  En inderdaad: nu zit dat al veel verder naar voren, tot achter de motorbevestiging, tot enkele cms van de bevestiging van de achterste schokdempers.  Dubbele plaat plus de plaats waar het frame stress en trillingen ondervindt, dat kan nooit goedkomen.  Volgens Marc V dé dooddoener van de laatste generatie Puchs. 

Ik krijg van Marc V de coördinaten van ene Swa uit Rotselaar, een lokale beroemdheid en allesweter op Puchgebied, zo laat hij me verstaan.  De Puch gaat weer mijn garage in.  Met de fiets naar Leuven.  Vlakbij huis, aan tweedehandswinkel Rawette in de Parijsstraat, staat…  mijn model Puch, maar dan model 1971, nog iets antieker dus.  Perfect in orde, geen rot frame.  De eigenaar zit er naast, als ik hem mijn wedervaren opdis, wil hij me direct het adres van ene Swa uit Rotselaar geven.  Wat kan de wereld op sommige dagen toch klein zijn.

Wat nu?  Nieuwe gaskabel, de carbu helemaal opkuisen, nieuwe benzinekraan, minder kan ik niet doen.  Maar daarna?  Restaureren om daarna mijn drie surplacende auto’s te vervoegen?  Of rijdend maken, bijhouden uit nostalgie en voor de sporadische rit?  Ik zou het op dit moment echt niet weten.

Op woensdag 3 november 2010 ben ik voor de tweede keer in mijn leven 16 jaar geworden.  De vorige keer was in 1973.  Mijn Puch mag dan met zijn gecorrodeerde frame aan een volledige restauratie toe zijn, ik wou er sofort mee rijden.  Dus in de Ets. Stefaan: volgens oud model een nieuwe dichting-met-4-gaten gemaakt voor de lekkende benzinekraan.  Ondertussen lag de gedemonteerde carbu in het trilbad te sudderen.  Daarna alles weer netjes gemonteerd.

Net zoals vorige week schoot mijn tuf direct in gang.  Nog rap een liter mix bijgemaakt, want de R (Reservestand) van de kraan doet het niet, nog niet.  Ik smeer nog alle bowdenkabels.  Zelfs toen de brommer fonkelnieuw was, gingen ze al stroef: zowel gas, koppeling, handversnelling als terugtraprem.

Met een flink wolkje blauw achter me aan –ik ben met het oog op de heropstart nogal vrijgevig geweest met de tweetaktolie – de straat op.  Met gas ditmaal, met licht voor en achter, met rem, nog altijd wel zonder assurantie.  Oeps er zit een bult in de voorband, dus tuf ik naar Stefaan, om die band eens helemaal af te laten, en dan weer op te blazen.  Dat schijnt te helpen.

De eerste echte “nuttige” rit moet natuurlijk van Leuven naar de ouderlijke woonst in Wilsele zijn: dat traject moet deze Puch tussen 1975 en 1985 duizenden keer hebben gedaan.  Soms vijfmaal per dag, herinner ik me.  Bij Garage Geens staat toevallig – niets is toevallig in ons leven heb ik inmiddels geleerd – Marc S aan het raam, mijn oud-leerling die de Puch van 1985 tot 1986 heeft bereden en vervolgens tot vorige week heeft gekoesterd.  Daarmee heeft hij zijn tuf nog eens gehoord: rijden volgt nog.

Wegens het niet hebben van een bepaald groen papier, kies ik voor de Dijledreef ipv de Aarschotsesteenweg om naar Wilsele te rijden.  Een no-go area, want een politiecombi kan niet onder de oude spoorwegbrug door.  Dus alle remmen los en volle gas.  Ding loopt oerenthard.  Mijn moeder herkent het lederen zadel dat ze destijds heeft gemaakt.  Uit dezelfde lap leer heeft ze een maand of wat geleden nog een nieuwe armsteun voor mijn DS gemaakt.

Na de middag eerst nog wat afstellingen nazien, en nog wat smeren her en der.  25 jaar winterslaap is niet niks.  Van een fellow traveller krijg ik een verzekering te leen voor een Puch MV50, wat in het groot op mijn tank staat.  Dat moet volstaan voor de armen der wet.  Daardoor gesterkt, besluit ik het ding eens gloeiend heet te stoken.  Langs de Vaartdijk, lijkt me wel geschikt.  Is wel voor brommers categorie A, stel ik vast.  Voor ik het weet, sta ik aan het Sas van Boortmeerbeek: de Puch haalt vlot 50-60 denk ik.  Ik heb er het raden naar, want de kilometerteller doet het niet meer.  Voor de rest komt alles in een tsunami van herinneringen terug:

  • bij bepaalde toerentallen komt er iets mee in resonantie;
  • als je hem in 1 schakelt, “KLAK” en bij de overgang naar 2 “KLAK”, het is net een zware BMW
  • zeer beperkte draaicirkel, zeker in vgl met mijn fiets met mountainbikeframe en dus heel nerveus stuur.  Maar wel, dankzij die voorvork met zoveel voorloop: heel stabiel rijgedrag.  Wat mijn CX breaks (ze roesten in vrede) met Diravistuur geweest zijn op vier wielen, is een Puch MV op twee. Het tegengestelde van een Dax: kleine wielen en nerveus stuur.
  • de achterrem, met terugtrap op de pedalen, grijpt wel goed aan, maar hij is moeilijk te bedienen.
  • op vollast zit hij nog altijd net tegen detoneren aan.

Ik ben echt onder de indruk van de acceleratie- en trekkracht van die heel lange tweede versnelling.  Vandaar: op naar de Kesselse Berg, meer bepaald het Kesselpad: helling van 15°, zo steil dat het er zelfs verboden is met tweewielers bergaf te rijden.  Vanuit stilstaand vertrek beneden aan die ‘muur’, trekt de 48,8cc uit 1975 me helemaal naar boven.  Nipt, maar net, maar hij doet het. 


Wat hebben we vandaag geleerd op de openbare weg?  Dat ik met een zeer degelijke mekaniek zit, op een frame dat aan grote revisie toe is, maar dat dus wel verdient.  Zolang de benzinetank niet gespoeld is en de benzinekraan geen R(eservestand) heeft, voel ik me wel een suicide bomber, met die liter tweetaktmix in mijn rugzak.  De PP Puch-Molotovcocktail.

De zaterdag daarop.  Ik rij met de Puch, nog altijd zelf- maar in de feiten on-verzekerd, naar die Swa in Rotselaar, stamvader van wat in kringen van aficionado’s ook wel “de familie Puch” wordt genoemd.  Het is echt niet moeilijk het opgegeven adres te vinden want het Puch-logo hangt in het groot boven de voordeur.  Voor geen geld vind ik daar een nieuwe benzinekraan en een occasiekabel voor de kilometerteller.  Hij troont me mee naar de garage, een echte schatkamer.  Vol Puchs en andere tweetakterij in diverse graden van demontage.  Met als dissonanten iets Dax’igs Made in China en een zware motor Made in Japan. 

Swa taxeert mijn brommer.  De framecorrosie is aanzienlijk, maar herstelbaar.  De resonantie komt volgens hem van de zuiger zelf: vele Puchs hebben dat euvel, en het kan niet eens veel kwaad.  Ik herinner me dat extrageluid bij bepaalde snelheden van de eerste rit dat ik ermee deed in nieuwstaat, en we zijn toch slechts één nieuwe zuiger en een kleine 30.000 kilometers verder.

Terug naar Leuven, voor de mogelijks laatste rit vóór restauratie – of indien de frameschade onherstelbaar mocht blijken, de allerlaatste rit van Puch IIIbis tout court.  Na 25 jaar hervat nu ook de kilometerteller weer de werkzaamheden: 47 km/h.  Zo was het inderdaad altijd: in het oude regime 7 kms te snel, vandaag nog 2. 

 

Patrick Peeters
Oktober-november 2010

©2010

  LOV 2010