LOV maak je mee

Terug Foto's Technika Archief


 

Gaat daarmee naar den oorlog

Laufen auf einem Shuh-String*

 

Suikerklontjes

 

Vrijdagmorgen 3 juni 2011: Afspraak in Tienen voor de zoveelste editie van een lente driedaagse. Organisatoren van wacht zijn Jan Laeremans en de immer glimlachende Hans Hoogerwerf. Hans is gelukkig hier in België en dat ziet men.  Er wordt geparkeerd op de binnenkoer van het suikermuseum en warme koffie en broodje staan klaar. Iedereen wrijft het zand uit de ogen. Het is nog wat vroeg op een vrijdag morgen.


Voor dat ge er zelf over begint: mea culpa: ik heb de oldtimer Volvo op stal laten staan. Heb nog geen tijd gemaakt om naar de jaarlijkse controle te gaan. Druk druk druk… wie had dat gedacht. Zonder keuring mag ik de baan niet op. De C70 biedt een goed alternatief. Kan hem open en dicht leggen naar believen en heeft net genoeg PK onder de kap om de bende te volgen.  Is hopelijk mijn oldtimer van de toekomst want ik rij er bijzonder graag mee.  Leen is content want in de gesloten p1800 wordt ze zo ziek als iets met mijn reistijl/rijsteil (schrappen wat past).


We gaan op driedaagse en nemen niet minder dan 38 mensen mee. De oldtimermannen worden vergezeld van knappe youngtimer-vrouwen…  Jan Laeremans komt met de dagelijkse wagen. Jan voelt zich nog steeds 18 en is enthousiast uit een hangmat gevallen. De omstandigheden zijn niet helemaal duidelijk, maar pijn heeft ie vandaag nog wel. Een driedaagse kuur  in de moesel moet hier nu verandering in brengen.


We togen op pad en nemen al vroeg afscheid van de voorzitter en van Polle die ons kwamen uitwuiven. Sympa!  Hier en daar een olieplekse op de propere kassei is een mooie souvenir voor de mevrouw van de souvenirwinkel van het suikermuseum.

 


Ehec nog niet gesignaleerd in België

Het middagmaal wordt genuttigd in Sankt Vith. Overbodig van te zeggen dat wegjes daar naartoe uitstekend gekozen waren. Ik ga het dan ook niet blijven herhalen: de komende drie dagen was de routing SUPER! alle facetten kwamen aan bod. Terug naar het middagmaal in het biermuseum Rodt; in Duitsland doet iedereen letterlijk in zijn broek van verse en rauwe ehec groeten, maar vermits we nog even op Belgische bodem zijn, wordt dit nog even genegeerd: kouwe pla met eerst een warm soepje.  We doen alsof er niets aan de hand is. In deze skitent zijn de muren versierd met ettelijke flesjes bier. Voor de gelegenheid achter glas gezet. De bende is niet te houwen en we vroemen verder naar de eindbestemming.  Het weer?  Een godsgeschenk: volle bak zon en gene zonnecrème.  Straks is het kreeft op het menu!


Af en toe verliest de LOV karavaan enkele van zijn aanhangers. Maar dat is een goede gewoonte. Vijfentwintig  jaar kaartlezen is toch wat kort om dat feilloos te kunnen, niet?
Ik wil niet beginnen of iets zeggen over den oorlog, maar nu dat ik het toch doe, wil ik wel eens zien hoe goed ons Belgisch legertje oldtimervoertuigen het doet op Duitse bodem. Gaan we onze reputatie alle eer aan doen?  We zijn vóór wvrede, en gaan daarom een pint drinken in de “Abtei Himmerod”.   We wagen ons zelfs even in de kerk van de abdij, maar vinden Van Gheluwe er niet terug. Heeft die jongen even chance!  Kaarsjes zijn er niet aan gestoken, en er heeft zelfs iemand –per ongeluk- een brochuurke twv 3€ meegenomen zonder te betalen.

 


God ziet u, hier vloekt men niet

God ziet alles en legt de eerste auto in panne:  Gert staat met zijn MGA helemaal alleen op de parking. Het rescue team komt aangestoven.  Abdijbezoekers uit een of ander buurland vinden het nodig om een opmerking te maken over het stof dat hun campingcar, volgestouwd met meegebrachte jonge en belegen kazen, binnendringt. We beloven, straks bij het vertrek, nog meer stof te maken…  Gert zijn auto doet niets. Geen lampke, geen zucht, geen kik…  de batterij wordt even nagemeten, alsook het contact op het dashboard. Ergens tussenin loopt het fout: de stroomonderbreker doet wat van hem verlangd wordt: stroom onderbreken… alleen blijft hij dat halsstarrig doen en gunt hij de bougies geen spanning…


Dan sluiten we die duivel toch wel kort zeker? Geert Collaerts doet dit met ogenschijnlijk gemak. Voila, klaar is Kees gekomen en wij vertrekken met het nodige stof.  De verbouwereerde Hollandse nomaden achter ons latend…


Ondertussen was er een tweede noodoproep: M.M. uit H. (uit respect voor het slachtoffer) met een bruine Peugeot 504 V6 heeft verkeerde brandstof getankt.  Tisniwaarzekers.. Diesel, mazoet, in plaats van de gebruikelijke RON98. Interessant experiment, maar we weten hoe dit afloopt. Poef, paf, en de 6 cylinder stokt.  Zit niets anders op dan alles leeg te pompen.  Het brengt mooie herinneringen naar boven aan onze Jos TW.  Hij reed graag op zo’n mengsel van mazoet en benzine: excellente kopsmering zou hij zeggen!

het onfortuinlijke slachtoffer, onherkenbaar gemaakt


We komen ter plekke, en tot onze verbazing is de bruine Peugeot omsingeld door Duitsers.  Ze zijn warempel onze gewezen fotograaf aan het helpen.  Wij zijn verstomd.  Alle gerief is aanwezig, een pomp, lege bidonnen, de nodige sleutels, een sifon, …  hij is stil gevallen voor een hobbyist met alle gerief. Het wordt een verbroedering als geen ander. De lokale bevolking, Hanz, Fritz en Heintje amuseren zich kostelijk.  We geven onze vriend in nood alle morele steun. Er wordt eens naar de bougies gekeken, er wordt benzine in de carburators gegoten alsof het water is. klik , klik, klik, en pruttelend komt de Peugeot boven water met de nodige rookwolken.  Van chance gesproken!  Ze nemen vrede (oef) met een soort ruil: een bidon diesel tegen een bidon naft.  M.M. legt er nog een som geld bovenop, en we kunnen verder op pad.  Aanvankelijk trekt de Peugeot nog een spoor van witte rook, maar na een tijdje doen er zich achter ons geen ongelukken meer voor.


Dankzij dit oponthoud, komen we mooi op tijd aan op het hotel “Bad Bertrich”. Anders waren we veel te vroeg geweest. Het hotel kent een prachtige ligging; haarspeldbochtgewijs kan je er naar toe.  We verzoeken M. om zich flink te douchen om de mazoetgeur door te spoelen.  Na een aperitief  aan de balie, nog een aperitief op het terras met zicht op de vallei.  Iedereen heeft zin voor het avondmaal.  De kiezen krijgen heel wat lekkers te verwerken en tot na middernacht wordt er fijn gekeuveld op het terras. Jan wordt in de bloemetjes gesmeten omwille van zijn verjaardag. Dirk Claes roemt en prijst Jan voor zijn onafgelaten inzet voor de club. We zijn allen blij dat Jan eindelijk pensioengerechtigd is want hij kondigt een aperitiefsessie aan voor de daaropvolgende dag. Yeah!   Ernstige gesprekken wisselen zich af met meer ludieke.


klokkenspel

Zaterdagmorgen:  vandaag staat er zon en regen op het menu. Wanneer de regen nu precies uit de hemel gaat vallen is niet zeker. Het ontbijt doet iedereen goed.  Ik kies voor een gezond eitje: ééntje in de week mag toch?  Niet,  meneer doktoor? Een rondrit in de streek met hier en daar een bezoekje: dat staat er verder op het menu. Benieuwd wat ons “clubje ongeregeld” nu gaat meemaken. Wie gaat er eerst in panne vallen vandaag?

Een klokkenmaker hebben we nog niet bezocht met LOV. Kan ook niet echt, want ze zijn bijna allemaal uitgestorven. Ze zijn bijna op. Er zijn er maar een paar meer over. Er worden ook niet veel nieuwe kerken meer gebouwd, naar t schijnt… Ach so? Deze klokkenluidersmelterfamilie dateert van ergens in de jaren 1600: dus lang vóór de bronsinzameling van pakweg 70 jaar geleden.  Het is een stiel gelijk een ander, maar dan wel bijzonder ambachtelijk en ge krijgt veel tijd om uw werk te leveren. Wachttijden van meer dan een jaar zijn geen uitzondering.


We drinken een pint. Danku LOV: zo’n grote halve liter met veel water erin -volgens testaankoop-. Gerben is een ervaren rallypiloot. Zijn XK Jaguar heeft hem al op vele plaatsen in de wereld gebracht, maar vandaag lijkt het noodlot toe te slaan; hij vind zijn sleuteltjes niet? Iemand de sleuteltjes gezien?  Moest Jos er nog zijn wisten we aan wie we het moesten vragen.  Ik merk een bezorgd gezicht op bij Gerben. Dat zijn we niet gewoon. Nest, vriend mechanieker, maakt zich geen zorgen: met een tournevis krijg je die auto in gang, geen probleem. Net als Nest zijn alaam gaat bovenhalen vind Gerben zijn sleuteltje terug.  We wilden onze gids al ondersteboven houden om te zien of hij dat sleuteltje niet wilde versmelten tot een klok. Zo ver is het dus niet gekomen.


Oef, we kunnen naar de plaats van het middagmaal: Heidesmuhle. Hier zal ik een cholesterolpilleke voor moeten pakken: mijn tweede eitje van de dag.
De XK van Luc is recent onder handen genomen. Hij heeft nog een beetje koorts bij dit weer. Misschien moet hij wel een iets grotere radiator krijgen om de temperatuur wat te doen zakken.  Hij is al uitgerust met een expansievat. Thiels houdt het nauwlettend in het oog tijdens deze inloopperiode van de gereviseerde motor.


zeer zuinig

Jokke rijdt graag met zijn Austin Healey. De wagen heeft al heel wat kilometers vreugde en jolijt gebracht. Het is een feit dat deze wagen op benzine rijdt. Zowat 17liter per 100km. De wagens die er achteraan rijden profiteren van de benzinedampen. Maar nu lijkt de wagen in staking te gaan. Hij valt zowaar voor mijn neus stil.  Aan het tempo dat de wagen er oliederivaten doorjaagt zou men denken aan een lege tank. “ik heb nog maar net volgetankt” zegt Jokke met beteuterd gezicht.  We kijken of de wagen ontsteking heeft. de bobijn loopt er warm bij. LUCAS, “the prince of darkness” indachtig ruilen we gauw in voor een nieuwe:  Geen avance. De bougie slaagt dan toch vonken: dat is in orde.  Benzine komt echter niet aan de carburator.  Dan is de benzinepomp stuk?  We luisteren of de benzinepomp mooi tikt? Die tikt mooi niet… het interieur wordt half afgebroken en we zien de snoodaard –dader- . Een uit de kluiten gewassen klomp. Opgetrommelde Nest komt er net aan, geeft een flinke tik tegen de stoute benzinepomp die meteen weer aan de slag gaat. Tik tik tik, poef poef, de motor slaat aan alsof er niets aan de hand is. Voilà, dat is weer geregeld, we kunnen weer voort.


HIP HIP

We zakken af naar de geiser die spuit… allé:  af en toe toch… één pint drinken, één keer spuiten.. enzovoort.


Ik ben de tel kwijt van het aantal geiserspuitingen en we rijden terug naar het Hotel: straks valt er een flinke bui, maar we zijn allemaal op tijd ‘binnen’ voor het avondmaal.Jan trakteert ons een gesmaakte aperitief! Gelukkige 65ste verjaardag!

We worden nog verwend met een ferm Duits bergonweer:  Alfonsine heeft het niet voor Blitzbliksemschichten. We proberen haar oprecht te kalmeren, maar het lukt niet zo goed. Ze gaat mat Hans naar boven zich verstoppen onder de lakens.

Dag 3: de tijd vliegt. Het laatste ontbijt. Niemand heeft bloederige diaree of moet fluimen hoesten, en daar zijn we blij om.  We willen geen Ehec naar België importeren.  Iedereen mag terug mee naar ons schizofreen vaderland.  Maar de Franse Talbot “wil niet naar huis” en trekt dan toch een spoor van boite olie. T’is ni waar zeker.

Op de laatste moment heeft Willy met een ferme panne te maken: er is een flinke plas olie onder zijn donkerblauwe Talbot Lago.  De chirurgen van de weg leggen de patient nog volledig open , maar voorlopig kan er geen hulp baten: “es gibt ein Loch” in de versnellingsbak.  Willy is moedig, verbijt de pijn en belt naar Marsh. Hij zal de afreis meemaken vanop een trailer. Het is niet fijn om hem daar zo moederziel alleen achter te laten, maar we hebben een volgende afspraak bij Bullingen Hotel Haus Tiefenbach voor het middagmaal.  Weer eens alles er op en eraan: Heren,…  ik heb het over de menu, en niet over de dame die het eten komt opdienen. Enfin! Meer dan voldaan zetten we de weg verder. 


Peter toert rond in een knappe healey. Naast hem knappe Virginy, die op haar beurt ook graag rijdt met .. de healey. En ze doet dat nog goed ook.  Na zo’n wissel piloot-copiloot zien we Virginy de auto de kant op sturen. De wagen reageert niet meer op het gaspedaal. De motorkap gaat open en we zien dat de gaskabel los is gekomen. Echt een slijtage panne. Met een koordeke komen ze misschien nog thuis. Letterlijk: *running on a shoe string!  Met verschillende ongeplande tussenstops en wat bindweefsel lukt het dan toch.  


Wie hebben we nog niet gehad? We zijn nu bijna thuis… de laatste kans: grijp ze! In Spa snakt onze Jan Costermans in zijn MGA naar een slok water. Hij wil de straffe benzinelucht doorspoelen. Hij staat met zijn voeten in de cockpit in een bedje van naft…  het is niet meer te houden van de stank. Boosdoener is een rubber leidingkje dat niet bedoeld is om benzine door te jagen. Het lekt navenant. Geert tovert even een andere rubber boven van betere makelij,  en het euvel is verholpen.
We trekken langs de maquisard verder  (hier doet men jaarlijks course de cote). Rijden een paar rondjes dankzij strategisch opgestelde omleidingspijlen en samen met de donkere onweerswolken pakken we voor een voorlaatste keer samen in Poulseur.  De hemel kapt al het beschikbare water fors naar beneden terwijl we wat toekijken vanonder het zeiltje van een caféterras.  Leen en ik gaan de kindjes ophalen bij oma en opa.  De rest van de bende volhardt en gaat voor een allerlaatste pintstop bij de vliegeniers in Goetsenhoven.


Jokke probeert iets te doen aan zijn verbruik: hij geraakt thuis door aldoor te kloppen op zijn benzinepomp. Hij vervangt intussen ook een bougie. Één van de zes? Dat zal het hoge verbruik verklaren.. aheum…


Ja, we hebben wat pech gehad onderweg met enkele wagens. Gaat daar mee naar den oorlog. We zouden niet ver geraken. Maar dat is makkelijk want dan moeten we minder terugtrekken.

Maar het wàs wéér plezant, en dat hebben we te danken aan iedereen die mee was, én een prachtige organisatie van Jan en Hans! Fielen dank, hertslichen gruussen…


der Schtoffel

©2011

  LOV 2011